Welkom bij een speciale editie van "The Voice of International Tax and Trade" In deze editie gaan we in op de recente uitspraak van het Canadese belastinghof over verdragsvoordelen. De zaak ging over de vraag of de beneficial ownership-clausule in het belastingverdrag tussen Canada en Luxemburg verdragsvoordelen beperkt voor dividenden betaald aan twee in Luxemburg gevestigde aandeelhouders. Ons artikel gaat in op één belangrijk aspect: de beslissing van de rechtbank dat er geen verlaagde bronbelasting van toepassing was, aangezien de directe ontvangers niet de werkelijke uiteindelijke begunstigden waren. Lees met ons mee over het begrip uiteindelijke gerechtigde, de interpretatie ervan voor verdragsvoordelen en de gevolgen die deze beslissing kan hebben voor uw grensoverschrijdende belastingstructuren.
Dit artikel is geschreven door Leticia de Moura ([email protected]) en Melle van der Stoel ([email protected]) . Leticia en Melle zijn lid van de RSM Netherlands International services met een sterke focus op internationale belastingen.
Beneficial Ownership in internationale belastingen
Het begrip "uiteindelijke begunstigde" is fundamenteel binnen internationale belastingverdragen, die over het algemeen gebaseerd zijn op modelbelastingverdragen. Deze verdragen schetsen niet alleen het belastingbeleid, maar verduidelijken ook de betekenis en bedoeling achter specifieke termen die in verdragen worden gebruikt. De term "uiteindelijke gerechtigde" komt voor in belangrijke bepalingen van zowel het OESO-modelbelastingverdrag als het VN-modelbelastingverdrag, vooral met betrekking tot soorten inkomsten zoals dividenden, rente en royalty's (en in het geval van het VN-model ook vergoedingen voor technische diensten). Volgens de OESO-richtlijnen moet "uiteindelijk gerechtigde" niet worden geïnterpreteerd op een enge, technische manier die aansluit bij de nationale wetgeving van één land. In plaats daarvan moet het worden begrepen binnen de bredere verdragscontext, rekening houdend met de bedoeling om dubbele belasting te vermijden en belastingontduiking te voorkomen.
In het OESO-commentaar wordt een "uiteindelijk gerechtigde" gedefinieerd als de natuurlijke persoon die het recht heeft om over de inkomsten te beschikken en ervan te genieten, zonder wettelijk of contractueel verplicht te zijn om ze aan een andere partij door te geven. Volgens dit principe kwalificeren agenten, nominees of conduit entiteiten die inkomsten ontvangen namens anderen niet als uiteindelijk gerechtigden, aangezien hun zeggenschap over de inkomsten beperkt is door verplichtingen jegens een principaal of een andere partij. De OESO-richtlijnen promoten daarom een "substantie boven vorm"-benadering om de uiteindelijke begunstigde te bepalen, waarbij de nadruk ligt op de feitelijke economische rechten in plaats van op technische regelingen. Deze interpretatie wordt ook ondersteund door het commentaar bij het Modelbelastingverdrag van de VN, dat het idee versterkt dat uiteindelijke gerechtigdheid de werkelijke economische substantie moet weerspiegelen in plaats van formele structuren.
De Canadese Husky Energy-zaak
In de Husky Energy-zaak ging de rechtbank na of de bepaling over uiteindelijke gerechtigdheid in het belastingverdrag tussen Canada en Luxemburg een verlaagde bronbelasting op dividenden betaald aan twee Luxemburgse entiteiten zou verhinderen, omdat de rechtbank concludeerde dat deze ontvangers niet de werkelijke uiteindelijke gerechtigden waren. De focus van de rechtbank op materiële rechten op inkomsten benadrukt de interpretatie van de OESO-commentaren op de regels voor uiteindelijke gerechtigdheid, die belastingontwijking moeten voorkomen en een correcte toepassing van verdragsvoordelen mogelijk moeten maken.
In deze zaak waren drie partijen betrokken bij een geschil over Canadese belastingaanslagen in verband met dividenden: Husky Energy Inc. (een Canadees bedrijf dat de dividenden uitkeerde) en twee in Barbados gevestigde aandeelhouders (bekend als de BarbCos) van wie de Canadese overheid beweerde dat zij de werkelijke economische eigenaren van deze dividenden waren. De dividenden werden in eerste instantie uitgekeerd aan twee in Luxemburg gevestigde entiteiten (de LuxCos), die aandelen Husky Energy Inc. hadden ontvangen op basis van een tijdelijke leenovereenkomst met de BarbCos. Door deze constructie konden de BarbCos dividendbetalingen leiden naar een entiteit in Luxemburg om te profiteren van een lager bronbelastingtarief onder het belastingverdrag tussen Canada en Luxemburg. Husky Energy Inc. hield belasting in op de dividenden tegen een verlaagd tarief van 5%, gebaseerd op het verdrag tussen Canada en Luxemburg. De Canadese overheid voerde echter aan dat de BarbCos de werkelijke economische eigenaren van de dividenden waren, en niet de LuxCos, en dat Husky Energy Inc. daarom een hoger bronbelastingtarief van 15% had moeten toepassen op grond van het Canada-Barbados-verdrag.
De rechtbank oordeelde uiteindelijk gedeeltelijk in het voordeel van de regering. De rechtbank was het ermee eens dat de BarbCos inderdaad de uiteindelijk gerechtigden waren, wat betekende dat de beslissing van Husky Energy Inc. om belasting in te houden tegen het verdragstarief Canada-Luxemburg onjuist was. De rechtbank besloot echter ook dat Husky Energy Inc. in plaats van het 15%-tarief uit het Canada-Barbados-verdrag, belasting had moeten inhouden tegen Canada's binnenlandse wettelijke tarief van 25%, aangezien de LuxCos niet de uiteindelijk gerechtigden waren en er geen verdragstarief van toepassing was. Aan de andere kant verwierp de rechtbank de poging van de overheid om de BarbCo's rechtstreeks aan te klagen voor de verschuldigde belasting op de dividenden. Volgens de Canadese binnenlandse wetgeving worden niet-ingezetenen belast tegen een tarief van 25% op dividenden van Canadese bedrijven, maar de rechtbank weigerde de BarbCo's aansprakelijk te stellen en vroeg zich af waarom de overheid niet in plaats daarvan de LuxCo's (die de dividenden rechtstreeks hadden ontvangen) had aangeslagen.
Bijgevolg bepaalde de rechtbank dat het toepasselijke tarief het Canadese binnenlandse tarief van 25% was, aangezien LuxCos, die niet de uiteindelijke begunstigde was, niet in aanmerking kwam voor verdragsvrijstelling. Volgens sectie 215 werd Husky Energy Inc. aansprakelijk gesteld voor het niet inhouden van dit juiste bedrag. Ondertussen was BarbCos geen Canadese belasting verschuldigd, omdat het het dividend niet rechtstreeks ontving van een Canadese ingezetene onderneming (waarbij LuxCos als tussenpersoon fungeerde). De betaling kwam dus uiteindelijk in geen enkele jurisdictie in aanmerking voor verdragsvrijstelling.
De interpretatie van het Hof van Beneficial Ownership
Deze beslissing heeft niet alleen gevolgen voor Husky Energy Inc. maar kan ook een precedent scheppen voor de manier waarop economische eigendom in toekomstige zaken wordt geïnterpreteerd. In deze zaak hanteerde het hof een bijzonder strikte "substance-over-form" benadering van beneficial ownership onder het belastingverdrag tussen Canada en Luxemburg, dat geen clausule over beperking van voordelen bevat. In het verleden heeft het Hooggerechtshof van Canada belastingbetalers toegestaan om op dit verdrag te vertrouwen voor het bepalen van de uitkomst van internationale belastingstructuren waarbij Luxemburg en Canada betrokken zijn. In de zaak Husky Energy Inc. rees echter de vraag of het routeren van dividenden via Luxemburg voor een verlaagd belastingtarief een misbruikconstructie was. Maar omdat de structuur niet de beoogde belastingbesparing opleverde, ging de rechtbank niet zo ver om het als misbruik aan te merken. Het is ook merkwaardig dat het Canadese Hooggerechtshof zich niet concentreerde op de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde. Het feit dat de uiteindelijk gerechtigde niet de entiteit is die de betaling ontvangt, is voor het hof voldoende om het belastingverdrag tussen Canada en Luxemburg buiten beschouwing te laten.
Er is geen toegang tot het belastingverdrag tussen Canada en Barbados volgens het Hof. Als dit wordt gevolgd, zou dat gevolgen hebben voor veel internationale (belasting)structuren.
Internationale gevolgen
De Husky Energy Inc. beslissing kan belangrijke gevolgen hebben voor de interpretatie van beneficial ownership in verschillende jurisdicties, met name voor internationale belastingplanning en op verdragen gebaseerde regelingen. De vaststelling van de Canadese rechtbank dat de BarbCos de werkelijke uiteindelijk gerechtigden waren (ondanks het feit dat het dividend via Luxemburgse entiteiten werd uitgekeerd) onderstreept een striktere benadering van substantie boven vorm, die de interpretatie van het OESO-commentaar volgt. In lijn met andere internationale rechtszaken, zoals de Deense beneficial ownership-zaken van het Europese Hof van Justitie, is de uitkomst dat multinationale ondernemingen (MNO's) niet langer alleen kunnen vertrouwen op formele structuren, zoals tussenholdings in gunstige verdragsjurisdicties, omdat deze mogelijk geen bescherming bieden tegen hogere bronheffingen als het uiteindelijke economische voordeel naar elders vloeit.
Deze zaak is een waarschuwing dat belastingautoriteiten wereldwijd in toenemende mate treaty-shopping constructies zullen onderzoeken . Bovendien, nu veel landen regels rond economische eigendom hebben opgenomen in hun fiscale kader, lopen grensoverschrijdende structuren die geen echte economische substantie weerspiegelen het risico op gelijkaardige fiscale uitdagingen.
Voor MNO's benadrukt de beslissing het belang van het documenteren van een substantieel zakelijk doel en operationele substantie in intermediaire entiteiten. Hoewel de LuxCos formeel de dividenden ontvingen, illustreert de focus van de rechtbank op de rol van de BarbCos dat economische eigendom in overeenstemming moet zijn met de economische realiteit en niet alleen met de juridische vorm.
De Canadese rechtbank besloot ook om geen rekening te houden met de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden en de mogelijke toegang tot het belastingverdrag tussen het land van de inhoudingsplichtige en het land van de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden. Deze interpretatie onderstreept de nood aan internationale belastingplanning die ten volle rekening houdt met de materiële rechten en economische voordelen van alle betrokken partijen.
De Husky Energy Inc. beslissing versterkt dat economisch eigendom een centrale factor kan zijn in internationale belastingstructuren. Deze uitspraak is weliswaar specifiek voor de Canadese belastingwetgeving, maar biedt een waarschuwend perspectief voor multinationale ondernemingen die soortgelijke structuren hanteren. Het benadrukt de noodzaak van transparantie, echte economische activiteit en afstemming tussen de juridische vorm en de economische inhoud van grensoverschrijdende constructies.
Vooruitdenken
De Husky Energy Inc. zaak onderstreept de toenemende controle op economische eigendom en de groeiende complexiteit van belastingplanning op basis van verdragen. Wanneer jurisdicties, zoals Canada, een striktere aanpak hanteren bij de interpretatie van beneficial ownership, kan dit leiden tot potentiële mismatches, vooral voor structuren met intermediaire entiteiten in landen met gunstige verdragstarieven, zoals Luxemburg of Barbados. Deze mismatches kunnen leiden tot onverwachte belastingverplichtingen, hetzij door verhoogde bronheffingen, hetzij door beperkingen op verdragsvoordelen, mogelijk leidend tot dubbele belasting of ontzegging van verdragsvoordelen. RSM Nederland kan u begeleiden bij deze uitdagingen door strategisch inzicht te bieden in de vereisten voor beneficial ownership, te helpen bij het structureren van grensoverschrijdende regelingen die in overeenstemming zijn met de principes van substance-over-form, en te zorgen voor naleving van de anti-treaty shopping-maatregelen om belastingrisico's te beperken en de belastingefficiëntie te optimaliseren.
RSM is thought leader op het gebied van internationale belastingadviesdiensten. We bieden regelmatig inzichten door middel van training en het delen van thought leadership dat is gebaseerd op een gedetailleerde kennis van wettelijke verplichtingen en praktische toepassingen in het werken met onze klanten. Als je meer wilt weten, neem dan contact op met een van onze consultants.